9to5Mac heeft een mooi stuk over hoe de erfenis van Steve Jobs bij Apple in leven wordt gehouden. In het stuk wordt een citaat van Steve aangehaald die voor mij de kern is van van een 21e-eeuwse attitude. I think if you do something and it turns out pretty good, then you should go do something [...]
Soms moet je niet te veel zeggen. Dus ik hou het even bij: kijk dit filmpje en bedenk je waarom dat niet op elke school zou kunnen.
Leuk om te zien dat twee van de Nederlandse ADE’s (Guido van Dijk en Isidore Postmes) zo’n prominente rol spelen in deze mooie manier van structureel en ingebed professionaliseren.
Het heeft onder meer de Volkskrant en NU.nl gehaald want blijkbaar is het nogal een ding: het Hondsrug College in Emmen heeft bekend gemaakt vanaf komend schooljaar leerlingen een iPad als leermiddel te laten gebruiken. Het Hondsrug College is niet de eerste school in Nederland die iets met iPads doet, maar wel de eerste die het structureel en op (termijn) schoolbreed als primair leermiddel gaat inzetten. 1:1-onderwijs met MacBooks kennen we inmiddels wel in Nederland, maar met iPads, dat is echt iets nieuws.
Rector Kees Versteeg heeft een goed plan dat gelukkig wat breder en dieper gaat dan het citaat in het persbericht doet vermoeden. Dankzij de iPad kan een leraar per leerling het niveau en de leerstijl in de gaten houden. Zo kan er gekeken worden of een leerling extra ondersteuning nodig heeft of juist toe is aan extra lesmateriaal.
Het is heel interessant wat er precies gaat gebeuren op deze school, want werken met iPads is natuurlijk wel andere koek dan werken met een laptop, zelfs al hebben de leerlingen straks de beschikking over een iPad 2.
We hebben er even op moeten wachten, maar vandaag gaat het dan daadwerkelijk van start. Voor het eerst wordt er ook in Europa een nieuwe lichting Apple Distinguished Educators (ADE’s) geworven. ADE’s worden door Apple gezien en erkend als belangrijke schakels naar het onderwijs. En daarom maakt het moederschip van de werving geen half werk en nodigt ze de meest innovatieve mensen uit de wereld van Apple en onderwijs uit om zich aan te melden voor de ADE-community.
De ADE-community bestaat wereldwijd uit ruim 1500 leden. Dat zijn stuk voor stuk mensen die met Apple-technologie in het onderwijs hun sporen hebben verdiend. In Europa zijn er ruim 500 ADE’s en daarvan komen er 30 uit Nederland. En dat aantal gaan we de komende maanden proberen uit te breiden. Dat gaat gebeuren op een manier die in de VS al sinds jaar en dag gewoon is: met het werven van een nieuwe Class (of Lichting zoals het in goed Nederlands heet) en de wervingsrondevoor de Europese Class 2011 of is gisteren gestart.
De lat om ADE te kunnen worden ligt behoorlijk hoog. We zoeken naar bijzondere talenten: van actieve onderwijsinnovatoren, pleitbezorgers van Apple-technologie, wier stem gehoord wordt als het gaat om advies over onderwijs en technologie en ervaren, creatieve contentontwikkelaars zien we je aanmelding graag verschijnen. Wat je precies moet doen, staat allemaal te lezen op de aanmeldsite.
Kort samengevat:
Kom dan maar op met die aanmelding! Meer info kun je (officieel) via de aanmeldpagina opvragen, maar je kunt ook mij even een mailtje sturen.
Het zou zomaar kunnen zijn dat je het (ondanks dat het een worldwide trending topic op Twitter was) maar Sugata Mitra sloot vorige week donderdag een prima editie van Dé Onderwijsdagen af. Met hem hadden de organisatoren een heel erg benaderbare Grote Spreker (en denker) binnen gehaald. De kern van Mitra’s verhaal bestaat voor mij uit twee dingen.
Het eerste punt is het citaat van Arthur C. Clark dat Mitra in vrijwel al zijn presentaties naar voren brengt: A teacher that can be replaced by computer should be. Blijft een even heldere als ingrijpende gedachte waar ik me in kan vinden. Er is inmiddels technologie voorhanden die het leren beter, efficiënter en waarschijnlijk zelfs stukken aantrekkelijker weet te maken. Die moet je als school héél snel adopteren zodat je die leraar weer naar de kern van z’n werk kunt laten gaan of (heel praktisch) zodat je de vergrijzing in het onderwijs op een slimme manier het hoofd kan bieden.
Het tweede punt dat Mitra maakte was zijn constatering dat If children have interest, learning happens. Het is een variant op het mantra Engage me or enrage me. Leerlingen voelen vaak geen enkele band met de leerstof of de manier ze er op onze scholen mee om moeten gaan. Pas als ze het idee hebben dat het opdoen van kennis en (bijbehorende) vaardigheden relevant en toegepast is, als dat wat ze moeten leren een intrinsieke meerwaarde oplevert, dan pas gaan ze leren en raken ze betrokken.
Mooie gedachtes, ik geloof er ook zeker in, die er tijdens Dé Onderwijsdagen ingingen als Gods woord in een ouderling (om mijn moeder hier ook maar eens te citeren). Het ovationele applaus aan het einde van zijn verhaal was volkomen terecht. Of … kijk, ik had Mitra al een paar keer live gezien, een keer echt en een keer online, ik ken de filmpjes (ik veronderstelde dat hij net als Sir Ken Robinson) geen onbekende voor de zaal zou zijn en blijft het gewoon leuk om zo’n man om zo’n man eens in het echt te zien. Maar daar zou het niet om moeten gaan!? Ik was oprecht verbaasd over wat ik links en rechts om me heen hoorde tijdens en na afloop Mitra’s verhaal. En ook in de dagen erna gonsde het op de edublogs over de verbluffende inzichten van Mitra. Stel je toch eens voor zeg, dat we met die ideeën iets gingen doen. Geweldig. Ongelooflijk. Je moet er maar op komen!
En toen werd het stil … Want ondanks alle inspirerende verhalen over ontwrichtend innoveren, creatief ondernemen en instituutvrij leren, blijft het in de praktijk van het onderwijs angstvallig rustig. Dé Onderwijsdagen zijn achter de rug, Johnson, Muller, Alberdingk Thijm en Mitra zijn weer naar huis en op school wacht de waan van de dag en dus blijven ideeën niet meer dan dat: ideeën
Dát scholen moeten innoveren weten we, welke inzichten daarbij waardevol zijn weten we, dat kleine ontwrichtende innovaties tot grootse dingen kunnen leiden weten we ook, maar hoe wat dat allemaal in de praktijk gaan brengen, dat weten we dan weer niet. Althans, we doen er als ‘onderwijs’ in elk geval niet veel mee. Wat gaan we nu daadwerkelijk doen met die ideeën en inzichten? Zijn er scholen en docenten die leren zonder docent durven te laten gebeuren? Zijn er scholen en docenten die in de talenten van kinderen durven te investeren of die in het curriculum ruimte laten voor de dingen waar leerlingen echt belangstelling voor hebben?
We hebben volgens mij rumoer nodig, wrijving, spanning, gedoe, revolutie, van alles … maar niet de stilte na Mitra.
Wat mij betreft de meest prikkelende presentatie van Dé Onderwijsdagen 2010 was die van Michiel Muller. Muller is geen onderwijsmens, althans niet in de traditionele zin van het woord. Hij is ondernemer (serial entrepeneur) en hij heeft dat wat hij heeft geleerd van het opzetten van een aantal succesvolle bedrijven helder voor de geest.
Muller vertelde over zijn ondernemingen Tango en RouteMobiel en hoe zij realtief makkelijk innovatief konden zijn ten opzichte van bijvoorbeeld een moloch / instituut als de ANWB: door sneller en goedkoper te zijn en te durven denken dat dat misschien wel eens een goede, positieve propositie zou kunnen zijn. Muller ging in op hoe de creatiespiraal van Marinus Knoope een grote rol had gespeeld bij het ontwikkelen van deze innovatie bedrijven. Hij benadrukte daarbij het belang van het geloof in eigen kunnen en inzicht, het geloof in iets wezenlijk nieuws neer te kunnen zetten.
Dat geloof in eigen kunnen en inzicht, die overtuiging dat nieuwe dingen kúnnen werken, mis ik vaak als er gesproken wordt over onderwijsinnovatie (net als de ANWB dat mistte), maar het is iets wat innovatieve scholen wél kunnen, ik zie dat gelukkig in de praktijk van een antal scholen waar ik mee mag werken). Geloven in dat iets innovatiefs zou kunnen werken of zelfs een essentiële verbetering zou kunnen zijn, is vaak simpelweg niet genoeg voor ‘het onderwijs’. De roep om onderzoek, de neiging naar evidence based innovatie en een overheid en onderwijsinspectie (of misschien wel een bijna compleet onderwijsveld) die alleen maar kunnen denken in uniformiteit, standaarden en die bestaan in een gezapige overtuiging van de eigen kwaliteit (die in feite weinig meer is dan gebrek aan een goed alternatief) staat veel praktische en op ervaring gebaseerde innovatie in de weg.
Voorbeelden van Muller gaven wel aan dat innoveren niet iets is waarbij je over een nacht ijs gaat en dat het belangrijk is open te innoveren; je wijsheid elders te halen als daar aanleiding of noodzaak voor is en je eigen inzichten en ervaringen te delen met partners. Muller zette me grijnzend aan het denken gezet door iets wat hij bijna achteloos, zo tussen neus en lippen door stelde, namelijk dat denken in termen als sneller en goedkoper ook wel eens een manier zouden kunnen zijn om onderwijs te innoveren. Kijk, daar hou ik van!
De parallel tussen giganten als de ANWB of grote bezineleveranciers waar eigenlijk best mee te concurreren is en het onderwijs is best te trekken volgens mij. De achterliggende gedachte is om te beginnen dat een relatief kleine ‘onderneming’ zoals een individuele school de drijvende kracht zou kunnen zijn achter een grote innovatie. Dus dat échte innovatie niet te verwachten is van hét onderwijs. Een gedachte die eerder op de eerste dag van Dé Onderwijsdagen 2010 werd onderstreept door Curtis Johnson (ja, die van Disrupting Class). Sneller en goedkoper onderwijs bieden, zonder aan kwaliteit in te boeten… dat moet toch kunnen? Zeker als je, net zoals Muller heeft gedaan, inzet op open innovatie, slim samenwerken en de overtuiging dat je iets doet waarvan de markt nog niet weet dat ze er op zit te wachten.
Sugata Mitra stelde in zijn afsluitende keynote iets dat je best in het verlengde zou kunnen zien van het verhaal van Muller. Mitra citeerde Arthur C. Clarke: A teacher that can be replaced by a machine should be. Een citaat dat Mitra vaker gebruikt en dat ik ook (net als hij) graag herhaal in een zaal vol leraren. Maar net als bij Muller heeft gedaan bij Tango, zou je in het onderwijs de kernactivietit (leren) wellicht best kunnen laten gebeuren zonder de dure overhead van leraren. Mitra’s experimenten wijzen immers uit dat leren met alleen technologie best kan plaatsvinden op voorwaarde dat de lerende er een belang bij heeft. Sneller klaar kunnen zijn met een uitdagende en betekenisvolle schoolopleiding, cursus of leergang zou dat prima kunnen zijn.
De huidige regering wil bezuinigen, lijkt het ondernemersschap een warm hart toe te dragen en wil blijkbaar ook dat “scholen, ouders, vakbonden en andere belangenorganisaties mee […] denken en discussiëren over het onderwijs, en daarbij ingesleten patronen en ‘heilige huisjes’ niet onbesproken te laten”. (De Telegraaf). Mevrouw de Minister, u kunt me bellen!
Kleine (leuke) update
Stem op Michiel Mullers boek bij de verkiezing van het beste ondernemersboek van Sprout, laat hier een creatieve reactie achter en maak kans op een gesigneerd exemplaar van dat boek.
Een vruchtbaar en stimulerend overleg vanochtend op het hoofdkantoor van Apple deed me denken aan een filmpje dat ik een tijdje geleden heb gezien en waar ik een goede aanleiding voor zocht om er eens over te bloggen zodat ik het met m’n lezers kan delen. Apple en innovatie zijn (in elk geval voor mij) dingen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. En al eerder heb ik erover geschreven dat ook als het gaat om de onderwijsvisie Apple een innovatief bedrijf is. Onderstaand filmpje, speciaal gemaakt voor de Education Leadership Summit die Apple vorig jaar in de VS heeft verzorgd, is eigenlijk een prachtige visuele samenvatting van die visie.
Als je dag in, dag uit hard aan je team, je collega’s en/of je schoolleiding moet sleuren om ze een beetje richting eigentijds onderwijs te krijgen, bekijk dan gewoon af en toe dit filmpje … en geef niet op.
Wie zich Education Futures NL nog kan herinneren en/of John Moravec op de i&i-conferentie vorig jaar in actie heeft gezien, weet dat hij altijd wel goed is voor wat gepeperde uitspraken over waar het heen moet gaan met het onderwijs. Dat zijn ideeën het goed doen in Nederland blijkt wel uit zijn bijdragen aan Education Futures NL, Knowmads [...]
Niet alleen in Nederland zijn er volop conferenties over onderwijs en innovatie, ook in Vlaanderen organiseren ze met regelmaat het een en ander. Op een van die feestjes mag ik acte de présence geven. Op 4 mei lever ik een bijdrage aan O5. Ik had er nog nooit van gehoord (niet zo gek, dit is pas de tweede editie) maar als je kijkt naar het programma, dan wordt het toch al snel duidelijk dat het een bijeenkomst van een niet kinderachtig niveau is. Ik moet in Nederland nog maar eens eens zien dat Onderwijs en Opleiding, Ouders, Overheid, Onderzoek en Ontwikkeling en Ondernemingen bijeen komen om de stand van zaken op het vlak van onderwijs en technologie met elkaar te bespreken.
Tijdens de editie van 2009 is er door de deelnemers een memorandum opgesteld om duidelijk te maken aan de politiek dat de noodzaak van het zinvol inzetten van technologie iets is dat met woord, beleid, daad en euro’s ondersteund moet worden. En dan ligt er natuurlijk voor dit jaar een leuke uitdaging om te kijken of er al stappen zijn gemaakt in het Vlaamse onderwijs. In het voorgesprek met de organisatie werd me al duidelijk dat er in Vlaanderen flinke uitdagingen liggen op dat vlak.
De organisatie heeft haar best gedaan om een aantal aansprekende sprekers te strikken, maar ze heeft ook goed opgelet en gezien dat we hier in Nederland met de TeachMeetNL een prachtige manier hebben gevonden om de O van Onderwijs haar eigen stem te laten horen op een frisse en inspirerende manier. En daarom mag ik (en je mag best weten dat ik dat erg leuk vind) tijdens O5 een unconferencesessie verzorgen die wel wat weg heeft van het CvI BarCamp. En als de bijdragen tijdens de O5 Talk allemaal van het zelfde kaliber worden als die van vorige week in Veldhoven, dan gaan we een geweldige middag tegemoet. En aan de setting zal het niet liggen, want O5 vindt plaats in Living Tomorrow in Vilvoorde.
Het is al een dikke maand gelden dat TEDxNYED werd georganiseerd en online te volgen was. En dat was de moeite waard met de imposante lijst van sprekers waaronder Jeff Jarvis, Chris Lehmann, Lawrence Lessig, Mike Wesch en George Siemens. En het was een gedenkwaardige TEDx, niet in de laatste plaats door een aantal indrukwekkende TED talks, maar ook door de sneer die Jeff Jarvis gaf naar het hele TED-concept en het onderwijs in het algemeen, George Siemens die daar vervolgens fel op aanhaakte en een prachtig pleidooi van Dan Meyers voor wiskundeonderwijs dat niet alleen over cijfertjes gaat. Een tamelijk bewogen en indrukwekkende TEDx dus wel.
Maar ook inhoudelijk is het absoluut de moeite waard om de video’s eens goed te bekijken. Een kleine spoiler: de teneur van alle talks was toch wel ‘standaardisering in het onderwijs is een groot gevaar’, ‘creativiteit en authentiek leren creëren betrokkenheid van leerlingen’, ‘het onderwijs dat we nu bieden, bereidt kinderen niet voor op hun toekomst’. Afijn, bekijk de video’s zelf maar op de website van TEDxNYED.
Als opwarmertje hieronder vast de TED-talk van Chris Lehman …