// archives

top

This category contains 22 posts

iBooks Author – Steve’s droom

Mijn vorige blogpost over iBooks Author heb ik afgesloten met de bewering dat Apple toch al wel een aantal industrieën wezenlijk heeft weten te veranderen. Wie Apple events als de Apple Leadership Summit en/of sessies op de Apple Leadership Tour Apple heeft bijgewoond, weet dat de ambitie van Apple verder reikt ‘de wereld van (educatieve) uitgevers wezenlijk veranderen’, Apple steekt haar ambitie om ook het onderwijs daadwerkelijk ingrijpend te veranderen niet onder stoelen of banken. En dat gaat niet lukken als we afhankelijk zijn van educatief materiaal dat van 19e- en 20e-eeuwse denkbeelden over leren uitgaat. Enter iBooks Author.

Net zoals Apple met tools als Garageband, iMovie en iWeb de ‘gewone eindgebruiker’ in staat stelden om zelf op de stoel van de mediaproducent te gaan zitten en content als (Youtube)video’s, podcast en flipped classrooms op te leveren, zo zie ik iBooks Author de ‘gewone eindgebruiker’ op de stoel van de digitale uitgever zetten. Maar dan wel met de flair, onbevangenheid en de frisse creativiteit waar de uitgeefindustrie een puntje aan kan zuigen. iBooks Author lijkt vooralsnog lauwtjes te worden ontvangen door de traditionele (digitale) educatieve uitgeverijen. Dat is doorgaans hét startsein voor de creative prosumer te zijn om op te staan, de mouwen op te stropen en eens flink in de handen te spuwen.

Schuilt daar dan misschien het echte waarom van iBooks Author in? Wie Apple als bedrijf een beetje kent, weet dat dat waarom diep moet zitten. In elk geval dieper dan de wens de status quo in de onderwijsuitgeverij een ferme duw te geven. iBooks Author was écht niet Steve’s droom. Die droom was eerder mensen de tools te geven om onderwijscontent te bevrijden uit de greep van educatieve uitgevers en het ontwikkelen van leermateriaal te gunnen aan een veel groter publiek. Empowerment baby! iBooks Author lijkt de potentie te hebben om de afwachtende massa het licht te laten zien: zelf leermaterialen ontwikkelen die passen bij het onderwijs dat mijn school nastreeft, is mogelijk. Kortom: ‘het onderwijs’ zelf de tools geven om los te komen van die gedateerde onderwijs-is-de-methode-doctrine, zodat je de materialen kunt maken die passen bij jouw visie op leren, die passen bij wat  leerlingen van nu verwachten van digitale leermiddelen.

iBooks Author is volgens mij voor Apple in potentie een katalysator voor gratis (of aantrekkelijk geprijsd) uitdagend leermateriaal dat volgens moderne inzichten wordt ontworpen en op een eigentijdse manier wordt aangeboden. Het middel op weg naar het doel. …

[Dit artikel gaat verder. Klik hier om ook de rest te lezen.]

De stilte na Mitra

Het zou zomaar kunnen zijn dat je het (ondanks dat het een worldwide trending topic op Twitter was) maar Sugata Mitra sloot vorige week donderdag een prima editie van Dé Onderwijsdagen af. Met hem hadden de organisatoren een heel erg benaderbare Grote Spreker (en denker) binnen gehaald.  De kern van Mitra’s verhaal bestaat voor mij uit twee dingen.

Het eerste punt is het citaat van Arthur C. Clark dat Mitra in vrijwel al zijn presentaties naar voren brengt: A teacher that can be replaced by computer should be. Blijft een even heldere als ingrijpende gedachte waar ik me in kan vinden. Er is inmiddels technologie voorhanden die het leren beter, efficiënter en waarschijnlijk zelfs stukken aantrekkelijker weet te maken. Die moet je als school héél snel adopteren zodat je die leraar weer naar de kern van z’n werk kunt laten gaan of (heel praktisch) zodat je de vergrijzing in het onderwijs op een slimme manier het hoofd kan bieden.

Het tweede punt dat Mitra maakte was zijn constatering dat If children have interest, learning happens. Het is een variant op het mantra Engage me or enrage me. Leerlingen voelen vaak geen enkele band met de leerstof of de manier ze er op onze scholen mee om moeten gaan. Pas als ze het idee hebben dat het opdoen van kennis en (bijbehorende) vaardigheden relevant en toegepast is, als dat wat ze moeten leren een intrinsieke meerwaarde oplevert, dan pas gaan ze leren en raken ze betrokken.

Mooie gedachtes, ik geloof er ook zeker in, die er tijdens Dé Onderwijsdagen ingingen als Gods woord in een ouderling (om mijn moeder hier ook maar eens te citeren). Het ovationele applaus aan het einde van zijn verhaal was volkomen terecht. Of … kijk, ik had Mitra al een paar keer live gezien, een keer echt en een keer online, ik ken de filmpjes (ik veronderstelde dat hij net als Sir Ken Robinson) geen onbekende voor de zaal zou zijn en blijft het gewoon leuk om zo’n man om zo’n man eens in het echt te zien. Maar daar zou het niet om moeten gaan!? Ik was oprecht verbaasd over wat ik links en rechts om me heen hoorde tijdens en na afloop Mitra’s verhaal. En ook in de dagen erna gonsde het op de edublogs over de verbluffende inzichten van Mitra. Stel je toch eens voor zeg, dat we met die ideeën iets gingen doen. Geweldig. Ongelooflijk. Je moet er maar op komen!

En toen werd het stil … Want ondanks alle inspirerende verhalen over ontwrichtend innoveren, creatief ondernemen en instituutvrij leren, blijft het in de praktijk van het onderwijs angstvallig rustig. Dé Onderwijsdagen zijn achter de rug, Johnson, Muller, Alberdingk Thijm en Mitra zijn weer naar huis en op school wacht de waan van de dag en dus blijven ideeën niet meer dan dat: ideeën

Dát scholen moeten innoveren weten we, welke inzichten daarbij waardevol zijn weten we, dat kleine ontwrichtende innovaties tot grootse dingen kunnen leiden weten we ook, maar hoe wat dat allemaal in de praktijk gaan brengen, dat weten we dan weer niet. Althans, we doen er als ‘onderwijs’ in elk geval niet veel mee. Wat gaan we nu daadwerkelijk doen met die ideeën en inzichten? Zijn er scholen en docenten die leren zonder docent durven te laten gebeuren? Zijn er scholen en docenten die in de talenten van kinderen durven te investeren of die in het curriculum ruimte laten voor de dingen waar leerlingen echt belangstelling voor hebben?

We hebben volgens mij rumoer nodig, wrijving, spanning, gedoe, revolutie, van alles … maar niet de stilte na Mitra.

Het glipte er zo maar uit … e-leren bestaat niet

Afgelopen donderdag had ik een momentje … Nou, ik had er meerdere die dag, maar deze vond ik wel een klein blogpostje waard.

Niet alleen had ik de eer als keynote-spreker op te mogen treden tijdens Moving Learning 2009, maar ook tijdens de paneldiscussie (waar ik overigens niet in het panel zat) heb ik me niet onbetuigd gelaten. Een deel van de discussie ging (vanzelfsprekend) over de rol van technologie in e-leren en hoe groot die moest of mocht zijn.

En toen gebeurde het. Tijdens mij keynote eerder die dag, had ik al een citaat van Alan Kay aan:

Technology is anything invented after you were born, everything else is just stuff.

En tijdens de discussie riep ik om wat olie op het vuur te gooien, dat e-learning voor leerlingen en studenten eigenlijk ook helemaal niet bestaat. Technologie moet net zozeer een deel zijn van hun leren als het is van hun leven: onzichtbaar en alomtegenwoordig. Het zou pas moeten opvallen als het er (hopelijk even) niet meer is. Leren met technologie, of dat nu een ELO, een iPod, een digibord of een computer is, is voor hedendaagse leerders toch net zo normaal als leven met die technologie. Dus bij dezen schaf ik e-leren af en hebben we het weer gewoon over leren!

Minder baasjes, meer leiders

De recent commotie die het rapport van De Onderwijsraad over doelmatiger werken in het onderwijs, heeft losgemaakt over de rol en taak van de docent, deed me denken aan een (wel, eigenlijk een aantal) van de slides met citaten die we tijdens de laatste TeachMeets hebben gebruikt.

Teachers cannot be leaders untill they understand that students are no longer obliged to folow them.
(Philip Schlechty, Leading for Learning)

Ik vraag me werkelijk af waarom die hoog opgeleide maar wereldvreemde pseudo-inttelectuelen, die onderwijs geven gelijkstellen aan hun vaak verouderde en subjectieve vakkennis als droogvoer door de strot van de kinderen duwen en daarbij geen in- of tegenspraak dulden nog voor de klas staan. Wie doen ze daar (behalve zichzelf) nu een plezier mee?

Docenten die het als hun belangrijkste taak zien om vakkennis over te dragen hebben mijns inziens écht een memo gemist. Onderwijs draait niet (allen) om kennis, niet (alleen) om vakkennis, niet om schoolvakken, niet lesbevoegdheden, maar het draait om mensen. Het draait om de kinderen in je klas, waarmee je voorzichtig aftast waar het onduidelijke pad naar hun toekomst ligt. En dat doe je niet door vanuit je ivoren onderwijstoren te roepen dat je verdomde goed weet hoe die weg er vroeger uitzag omdat je er zoveel boeken over hebt gelezen.

Nog maar een citaat dan, deze keer van E.M. Kelly: The difference between a boss and a leader: a boss says ‘Go!’- a leader says, ‘Let’s go!’ Het is hoog tijd voor minder baasjes en meer leiders.

AOb – Algemene Onbenullenbond?

Een stukje net zoals de meeste anderen op Nu.nl, vrij onopvallend weggedrukt tussen lekkende wagons en een cipier die een kind verwekt bij een gevangene: Onderwijsraad wil prestatiebonus voor leraren.

Volgens de raad worden leraren momenteel nauwelijks afgerekend op hun prestaties.Op scholen is de heersende cultuur onder leraren ”ieder doet hetzelfde, ieder kan hetzelfde en ieder verdient hetzelfde”, aldus het rapport. Leraren zouden zich hierdoor niet gewaardeerd voelen voor extra inzet.

Dat lijkt hout te snijden. Het idee achter het advies van de Onderwijsraad is dat het scholen (en leraren) stimuleert effectiever en doelmatiger te gaan werken en het zou wel eens de kwaliteit van het onderwijs ten goede kunnen komen. Werkt al een eeuwigheid in het bedrijfsleven, dus waarom zou dat niet in het onderwijs werken? Nou, de AOb weet wel waarom. Ze zijn faliekant tegen het idee alleen al en doen het af als een hype (is het dat ook in het bedrijfsleven?):

”Efficiënter werken in het onderwijs kan niet te maken hebben met de productiviteit van leraren. Ze hebben nu juist te weinig tijd per leerling”, aldus de AOb in een reactie op het advies van de Onderwijsraad.

Als je als vakbond alleen maar het enorme bord met rechtspositie voor de kop hebt wordt het nooit wat natuurlijk. Ik ben opgegroeid in een rood nest, heb de vakbond en solidariteit met de paplepel ingegoten gekregen. Maar ik weet na dit commentaar van de vakbond weer waarom ik direct nadat ik ben gestopt met lesgeven mijn lidmaatschap heb opgezegd. Een vakbond moet niet alleen de rechtspositie van een beroepsgroep bewaken, maar heeft ook een belangrijke taak bij het bewaken van de kwaliteit van het werk dat haar leden leveren. Als bonden inzetten op het beschermen van de rechten van de allerbelabberdsten en haar boosheid tegen bezuinigingen en ander onderwijsbedreigend onheil hossend met malle hoedjes en felgekleurde hesjes en flauwe liedjes kenbaar maakt, dan moeten we misschien maar ophouden ze serieus te nemen.

Leraar van het Jaar … 1950

Via Twitter werd ik erop gewezen dat verkiezing van de Leraar van het Jaar op tv werd uitgezonden. Ik heb het aangedurfd om even te kijken. Ik schakelde in tijdens het voorstellen van de genomineerden voor het VO. Dat was schrikken. De verkiezing van de Leraar van het Jaar op tv gebeurt in een programma dat heet De avond van het onderwijs. Blijkbaar hangt dat alleen van leraren af. Oké, oké ze spelen natuurlijk ook een rol, maar onderwijs is meer dan alleen leraren.

De kandidaten: een docent Engels die prat ging op zijn academische graad en die het het hoogste goed vond dat zijn leerlingen een Oxford Engels accent kregen. Leerlingen noemen hem streng. De tweede kandidaat was een docent Geschiedenis die zijn vak (Geschiedenis) het mooiste vond, niet het leraarsvak (let op, we zijn de Leraar van het Jaar aan het kiezen). We zien de jongeman handige een overheadprojector(!) bedienen in zijn promo-filmpje. Leerlingen vinden hem grappig en enthousiast, maar als je praat in de les, moet je “dingen overschrijven”. De derde kandidaat zag er duidelijk gelukkig uit in het vmbo en leek tamelijk ongevaarlijk.

De kandidaten voor het vmbo schrokken me wat minder af … gelukkig. In zijn dankwoordje brak de winnaar zelfs een lans voor de OV-kaart voor mbo-leerlingen om veiliger te kunnen reizen. Geen extra centen voor leraren, geen gemier over het behoud van (55!) vakantiedagen of gezanik over extra salaris. Nee, ik wil dat mijn leerlingen veilig naar school kunnen komen. Goedzo!

De drie verkozen Leraren van het Jaar worden ergens ambassadeurs van. Ik weet het niet precies, want de uitzending was ineens afgelopen. Was een van die kersverse ambassadeurs nou een toonbeeld van modern 21e eeuws leeraarschap? Nee, volgens mij niet. En dat stonden SBL, de AOb en de minister en twee staatssecretarissen breed lachend te vieren. Nee, het was blijkbaar de verkiezing van de leraar van het jaar 1950.

Onderwijsinnovatie op z’n Dijksma’s

Ik ben pissig. En behoorlijk ook. Want afgelopen week dreigde staatssecretaris Dijksma openlijk en in navolging van de De Nieuwe School ‘aan te pakken’. Eindelijk eens een écht innovatieve school die in zijn kleinschaligheid de durf heeft om achterhaalde onderwijsconcepten op de helling te zetten en nieuwe horizonnen durft te verkennen. En nog met enig succes ook want de ouders van 40 kinderen in deze bescheiden gemeente vertrouwen het onderwijs van hun kinderen aan de school toe. Hulde!

Even terug in de tijd, 4 juni 2009. Minister Plasterk (dat is dezelfde minister waarmee Dijksma samen verantwoordelijk is voor het programma Innovatiekracht Onderwijs) vertelde die dag tijdens een (hoopvol stemmende) conferentie:

Experimenten op het gebied van innovatie in het onderwijs worden de komende jaren gestimuleerd met een bedrag van 20 miljoen euro. Zijn boodschap luidde: “Durf te experimenteren. Het mag mislukken, mits er een les uit wordt getrokken en deze kennis wordt gedeeld.

Die memo heeft de staatssecretaris blijkbaar gemist, want ook zij lijkt me aan te spreken op die belofte. Niettemin rolt ze stoer publiekelijk met de spierballen en gooit ze de deur in het gezicht van een innovatieve school. Dijksma weet blijkbaar precíes hoe het Nederlandse onderwijs eruit hoort te zien en wat wel en niet mag als het gaat om innoveren en experimenteren. En dat is niet zoals het op deze innovatieve school wordt aangepakt. Ze is heel duidelijk in haar kijk op het onderwijs op De Nieuwe School:

”Dijksma acht dit in strijd met bepalingen in de Wet op het Primair Onderwijs ten aanzien van het onderwijs dat een school behoort aan te bieden en de verplichte deelname aan het onderwijs’

En dat onder het mom van kwaliteitsbewaking. In mijn ogen is dat hetzelfde als de MacDonalds verantwoordelijk maken voor de kwaliteitsbewaking van de Michelingids. Dijksma en haar ministerie laten hiermee zien dat ze weinig meer zijn dan letterknechten, voor wie de letter van de wet het hoogste goed is. Alexander Rinnooy Kan schijnt de invloedrijkste man in onderwijsland te zijn. Misschien moet hij, als voorzitter van het Netwerk Onderwijsinnovatie (link naar pdf) en de SER Dijksma er maar eens voorzichtig op wijzen dat we een crisis aan de hand hebben en dat die crisis niet alleen onze portemonne, maar ook ons onderwijs raakt.

De school die we nodig hebben …

Er zijn wel eens van die blogposts die je ergens leest waarvan je zou willen dat je ze zelf geschreven had. Een vergelijkbaar gevoel kreeg ik toe ik onderstaande presentatie van Chris Lehmann (@chrislehmann) doornam. Chris zet een beeld van onderwijs neer, gebaseerd op zijn praktijk op de SLA waarvan ik zou willen dat er ook in Nederland naar werd gestreefd. Het zet in elk geval grotendeels neer naar wat mijn streven is om in het onderwijs van Nederland in de 21e eeuw te realiseren.
[klik op de titel om de presentatie te bekijken]

De docent als creative professional

Toen ik besloot voor de klas weg te gaan was een van de belangrijkste redenen dat ik met allerlei leuke, innovatieve creatieve (les)ideeën in de praktijk van mijn lessen niets kon. Tussen droom en daad staan wetten in de weg, en praktische bezwaren (schreef Willem Elsschot)… en in de praktijk van het onderwijs zijn dat zaken als de ophokplicht, de toetsen=leren-mentaliteit, gebrek aan middelen, gebrek aan kennis en durf bij collega’s en managementom dingen op te pakken. En ook op de scholen die ik sindsdien als trainer of adviseur heb bezocht, kwam ik docenten tegen die met vergelijkbare frustraties rondlopen. Ik ken maar weinig voorbeelden van scholen waar innovatie de norm is en het maken van attractief onderwijs de praktijk.

Elke school heeft wel een klein handje vol van die bevlogen mafketels die voortdurend bezig zijn om te kijken hoe het anders kan omdat het beter moet. En op heel veel scholen worden die een beetje meewarig (soms ook argwanend) aangekeken. Het management moet zich altijd inspannen om te zorgen dat deze creatieve beesten niet te hard aan de tralies van de kooi rammelen, want God verhoede dat er docenten worden vrijgemaakt om iets innovatiefs te doen. Alle hens aan dek om die 1000 uur de kinderen uit de lokale supermarkt te houden. Dus liggen die bevlogen creatieve jonge honden strak aan de ketting van de schoolorganisatie, die stevig is verankerd in (19e eeuws giet)ijzeren onderwijswetten. Een paar keer flink tegen het kastje en de muur aan lopen en ook deze types worden bevangen door de educatieve kooineurose (dwangmatig mopperend heen en weer lopen tussen klaslokaal en koffiemachine).

En eigenlijk is dat vreemd, of beter: het is jammer, want ik ben van mening dat in essentie het docentschap een van de meest creatieve jobs is die er bestaan. Maar de manier waarop onderwijsorganisaties in elkaar zitten belemmert vaak de mogelijkheden van die creatieveling in docent. Nauwelijks tijd en geld voor scholing, het primaire proces (educatief babysitten tot de 1000 uur vol zijn) dat altijd voor gaat (blijkbaar kun je alleen iets leren als er iemand met een onderwijs bevoegdheid in dezelfde ruimte is), eindeloos vergaderen, nakijken van talloze toetsen en werkjes tot in de kleine uurtjes en in de weekenden … Waar haalt de creatieve docent de tijd en de energie nog vandaan om echt iets te doen met z’n creatieviteit? De status quo in denken over onderwijs en professionalisering is al pittig genoeg. […]

ACOT2 + CBL = leren in de 21e eeuw

Vandaag was dan eindelijk Mat MacInnis in Nederland om een seminar te verzorgen over hoe Apple kijkt naar digitale leeromgevingen in de 21e eeuw. In drie uur leidde MacGinnis de zeker 70 aanwezigen langs de zaken die volgens Apple van belang zijn om inspirerend, leerling- en leergericht onderwijs te maken in de 21e eeuw.

Het beginpunt van zijn verhaal is hoe leren zich in de loop der tijden heeft geëvolueerd. Uiteindelijk belandt hij bij het gegeven dat we vandaag de dag veel meer weten over heresen, hoe ze werken en dan vooral hoe ze werken als we leren. Duidelijk klinken de invloeden van Prensky en Daniel Pink door in zijn verhaal dat hij helder neerzet. Hij maakt ook duidlijk dat de hersenen een soort ‘kneedbaarheid/flexibiliteit’ hebben die maakt dat leerders in de 21e eeuw anders met het verwerken van informatie omgaan dan de mensen die dat leren voor ze organiseren.

Dat verschil hangt voor een belangrijk deel samen met het beheersen van, beschikken over en intensief gebruik van allerhande technologieën. Het is tot op dit punt allemaal niet heel erg nieuw of baanbrekend, maar MacInnis maakt wel duidelijk dat er in dat opzicht een groot verschil is tussen het dagelijkse leven van leerders en de situatie op school. Leerlingen maken graag en veel gebruik van moderne technologische toepassingen. MacInnis toont aan de hand van een simpel voorbeeld in Garageband hoe verschrikkelijk eenvoudig het is om in plaats van een geschreven werkstuk een podcastaflevering te maken. Leuk intermezzo dat de kracht van de integratie en samenwerking van de verschillende iLife-toepassingen goed weergeeft.

Er is consensus over het gegeven dat er verschillen zijn en dat we daar ‘iets mee moeten’, maar daar houdt het vaak ook wel mee op.

alt textalt textView Fons van den Berg's profile on LinkedIn

Translate

Categories

Hergebruik