Veel van de discussies over iBooks Author gaan over het wat (de App – zoals de mijne) en het hoe – dat het heel makkelijk is , maar alleen voor de iPad en Apple zit op de distributie. In dit artikel wil ik graag mijn licht laten schijnen over dat hoe.
Er wordt een hoop gemopperd op de voorwaarden die Apple stelt aan het publiceren van in iBooks Author gemaakte iBooks en de beperkingen die daar uit voortkomen. Toegegeven, die EULA lijkt bij een eerste indruk verre van elegant. iBooks gemaakt met iBooks Author mogen alleen via Apple worden verkocht. Daar valt best wel wat van te vinden, maar aan de andere kant: apps die met de iOS SDK zijn ontwikkelde, kunnen ook (officieel en dus betrouwbaar voor de consument) alleen via de App Store worden verkocht. Daar horen we toch al een tijdje niemand meer over. Niet in de laatste plaats omdat het verdienmodel (waarbij Apple 30% van de omzet incasseert) toch wel aantrekkelijk blijkt te zijn.
Juist voor relatief kleine ontwikkelaars die in een paar maanden tijd op een zolderkamer een goed idee omzetten in een lucratieve App (begin je de parallel met iBooks Authors te zien?). Wil je Apps maken voor een ander platform, dan moet je op zoek naar andere ontwikkeltools. iBooks Author is misschien in dat opzicht wel te beschouwen als een SDK voor iBooks en creatieve leermiddelontwikkelaars als een impuls voor innovatie leerinhoud. iBooks Author zet de deur wagenwijd open voor die creatieve leermiddelontwikkelaars en via de iBookstore kunnen zijverdienen aan hun materiaal … of niet want ook dat is mogelijk.
Apple biedt een geweldige marktplaats en daar mag je best geld voor vragen. En er zijn karrenvrachten ontwikkelaars die dat kunnen beamen. De gedachte dat we alles gratis mogen doen omdat we ‘van het onderwijs zijn’ is niet realistisch.. Als je je content echter gratis ter beschikking stelt, doet Apple niet erg lastig. Wie commercieel content aanbiedt en daar dus geld aan verdient, mag daar 30% van afdragen aan Apple. Vanzelfsprekend wil Apple aan dit verhaal geld verdienen. Zou stom zijn als ze dat niet doen. Ook boekhandels verdienen aan boeken, dus waarom Apple niet aan de iBookstore.
Ik vermoed dat Apple ook op het vlak van iBooks graag haar stringente (voor sommige mensen neurotische) kwaliteitscontrolesysteem hanteert. Boeken gemaakt met iBooks Author liggen veel dichter tegen Apps aan. Vaak genoeg lees je de uitspraak dat Apps geen software zijn, maar content. Hoe je het ook wendt of keert, Apple zorgt met die strikte controle wel voor een hele specifieke en betrouwbare gebruikservaring. Apps werken zoals je mag verwachten en door de kwaliteitscontrole (zowel technisch als inhoudelijk) weet je als gebruiker waar je aan toe bent. Maar als het gaat om boeken, willen mensen graag ongecontroleerde rommel vrijelijk op hun iPads zetten. Gezien de interactieve elementen die je in iBooks kunt zetten, lijkt het me een goede zaak om een kwaliteitscontrole te hebben. Een (interactief) iBook gemaakt met iBooks Author dat wordt gebruikt op een Kindle of Beboo heeft een degraded user experience. En we weten allemaal dat dat de eer van Apple te na is. En hoewel er nergens iets over te lezen valt, zou het mij niet verbazen als Apple voor iBooks die via de iBookstore worden aangeboden een degelijk systeem voor plagiaatcontrole op de achtergond klaar heeft staan.
Een ander veelgehoorde klaagzang Apple zou aan de haal gaan het de ePub3 standaard. Bij mijn weten kan iBooks2 moeiteloos omgaan met digitale boeken die zijn vervaardigd volgens die standaard. Het maken van dergelijke bestanden is al een tijdje mogelijk als exportfunctie vanuit Pages en dat zal ook wel gewoon zo blijven. Maar iBooks zijn absoluut iets anders ePubs. De App heet dan iBooks Author, niet ePub Author of Kindle Books Author. iBooks zijn gebaseerd op ePub maar voegen daar (al een tijdje) de mogelijkheden van multimedia aan toe. Wil je digitale boeken in het ePub-formaat maken, dan zijn daar inmiddels (naast het eerder genoemde Pages) aardig wat tools voor. Wil je interactieve, multimediale boeken maken die het maximale halen uit het iOS-platform dan gebruik je iBooks Author. Overigens heb je ook andere prachtige e-readers apps op de iPad zoals de Kindle App … voor al uw boeken in Kindle-formaat, want ook dat is er en ook dat is een geadapteerde versie van de ePub-’standaard’.
Ik begrijp de mensen die roepen dat ze op zoek zijn naar open content. Dat is kan een fundamentele overweging zijn die vooral bewust lijkt te worden gemaakt door mensen die zich echt in de materie van verdor lock in hebben verdiept. Consumenten, ook onderwijsconsumenten, lijken echter toch de voorkeur te geven aan spullen die werken ondanks dat ze daar mee vast zitten aan een specifieke marktpartij. Laat ik het zo zeggen: de roep om open content heeft het onderwijs er de afgelopen decennia niet van weerhouden en masse leermaterialen in te kopen bij uitgeverijen, digiborden met vrachtwagens tegelijk de school binnen te rijden, elo’s te installeren … en daar nog fors voor te betalen ook.
Als er één kans is om de vorm en inhoud van educatieve content om te denken, dan is het misschien wel nu. Als het onderwijs iets veel heeft, dan is het content, leerinhoud. We zijn er aan gewend geraakt dat educatieve uitgevers dat netjes voor ons in methodes bij elkaar zetten zodat we dat als fijne hapklare brokken aan de leerlingen kunnen voorschotelen. En daar mogen we ze dankbaar voor zijn. Maar de wereld gaat door. Apple heeft al een aantal industrieën wezenlijk laten veranderen. De iPad is misschien wel te zien als een revolutie in de uitgeefwereld en nu met iBooks Author wel de educatieve uitgeefwereld in het bijzonder.
In mijn derde artikel over de impact van iBooks Author wil ik daar wat dieper op in gaan.
9to5Mac heeft een mooi stuk over hoe de erfenis van Steve Jobs bij Apple in leven wordt gehouden. In het stuk wordt een citaat van Steve aangehaald die voor mij de kern is van van een 21e-eeuwse attitude. I think if you do something and it turns out pretty good, then you should go do something [...]
Er zijn aardig wat kanten aan de lancering van iBooks Author. Hoe dan ook heeft de speciale onderwijskeynote van 19 januari al heel wat los gemaakt. Vooraf toch maar even wat duidelijkheid scheppen: ik ben enthousiast over de mogelijkheden van iBooks Author en zal dat ik navolgende ook niet onder stoelen of banken steken. Ik realiseer me echter ook dat er nog wat ruwe randjes zitten aan het hele verhaal rond iBooks Author. Er zijn wat zaken aan (met name) de EULA die, zo op het eerste gezicht, niet de schoonheidsprijs lijken te verdienen. Zonder dat allemaal goed te willen praten of de fan boy uit te willen hangen, wil ik een paar blogposts wagen te schrijven vanuit een positief en forward thinking perpectief, vanuit het standpunt dat Apple wel vaker keuzes heeft gemaakt waarvan we achteraf moesten zeggen: ‘Dat was best verstandig’ of ‘Ach, zo erg is toch allemaal niet gebleken’. Eventueel ongelijk geef ik later, indien nodig, graag toe.
Ik denk dat dat de beschikbaarheid van iBooks Author, de iTunes U App en iTunes U Cursussen vanuit verschillende perspectieven bekeken moet worden en daarom wil ik dat proberen te vatten in een reeks samenhangende blogposts die ik over de loop van de komende dagen wil publiceren. Dat maakt het bovendien wat makkelijker om to the point op zaken te reageren. Laten we maar eens simpel aftrappen met de iBooks Author App zelf. Dan hebben we eigenlijk alleen nog maar het minst spectaculaire deel gehad.
Over iBooks Author als App kunnen we makkelijk wat kort door de bocht gaan: het is een soort Pages voor iBooks. Het is een voor Mac-gebruikers vertrouwde en herkenbare auteursomgeving. De iBooks-bestanden die je kunt maken, zijn vooralsnog gebaseerd op 6 sjablonen, maar het is (net als in Pages) eenvoudig om je eigen sjablonen te creëren en die aan het overzicht toe te voegen. De sjablonen komen met herkenbare opmaakstijlen die in alles herinneren aan echte boeken. Het is waarschijnlijk het beste om daar niet te veel aan te rommelen, want dan weet je tenminste zeker dat je iBook er in iBooks het beste uit ziet.
De extra’s zitten ‘m vooral in de widgets. We kunnen interactieve elementen toevoegen aan iBooks. Stuk voor stuk zijn ze eenvoudig van opzet en intuïtief te gebruiken. De Fotogallerij, Media (voor filmpjes), Keynote (handig, slidedecks in je boek) en Interactieve afbeeldingen zijn niet wereldschokkende nieuw, dat kennen we ook wel van andere digitale content. Ook de 3D-widget is op zich niet heel bijzonder of innovatief, maar het is natuurlijk wel heel mooi om Collada-bestanden (kort door de bocht: de 3D-modellen die je bijvoorbeeld met Sketchup maakt en die gratis her en der te downloaden zijn) in je iBooks te kunnen gebruiken.
[klik hieronder op Continue Reading voor de rest van dit artikel]
Soms moet je niet te veel zeggen. Dus ik hou het even bij: kijk dit filmpje en bedenk je waarom dat niet op elke school zou kunnen.
Leuk om te zien dat twee van de Nederlandse ADE’s (Guido van Dijk en Isidore Postmes) zo’n prominente rol spelen in deze mooie manier van structureel en ingebed professionaliseren.
TUAW wist de afgelopen week de hand te leggen op de resultaten van onderzoek dat de Abilene Christian University (inderdaad, die van Bill Rankin) heeft gedaan van haar 1:1-initiatief met mobiele apparaten. Studenten krijgen sinds 2008 een iPhone, iPod touch of (inmiddels) iPad als zij onderwijs gaan volgen aan het ACU. Ik merk zelf vaak als ik met scholen praat over de de mogelijkheden van iPads in het onderwijs dat ze erg graag willen leren van de ervaringen van andere scholen. Best lastig want de iPad is natuurlijk nog niet zo lang beschikbaar als leermiddel. Bij ACU hebben ze inmiddels dus de ervaringen onderzocht.
TUAW vat de eerste inzichten even heel kort samen:
The research results, previewed exclusively for TUAW, are uniformly positive. In one study, students who annotated text on their iPads scored 25% higher on questions regarding information transfer than their paper-based peers. In a separate project covering iPad usage patterns, two researchers studying ACU’s first all-digital class discovered that the iPad promotes “learning moments” and helps students make more efficient use of their time. Grad students working in an online program reported a 95% satisfaction rate for online iPad-based coursework. As far as the ACU studies are concerned, the iPad in education is a success story.
Interessant dus. Wie ook een blik wil werpen op de onderzoeksresultaten kan dat doen op de Mobile Learning Research pagina’s van de ACU website.
Begin mei was het European ADE Institute. Je zou het de startconferentie kunnen noemen van de Europese ADE Class of 2011 kunnen noemen. En om daar nu heel uitgebreid over te schrijven is natuurlijk behoorlijk mosterd na de maaltijd. Je had er bovendien bij geweest moeten zijn (maar die kans heb je pas weer in 2013). Een ding wil ik er toch even uit lichten.
Een van de programma-onderdelen ging over Challenge Based Learning. Daar heb ik eerder enthousiast over geschreven en gepresenteerd op conferenties, ook over dat ik dat zo graag eens in Nederland in de praktijk zou willen brengen. Dat lijkt komend schooljaar ook te gaan gebeuren. Maar goed, tijdens de sessie over Challenge Based Learning op het ADE Institue werd een afsluitend filmpje vertoond van een CBL-project op de Ringwood North Primary School uit Melbourne, Australië. De ruim honderd aanwezigen, allemaal gepassioneerde en doorgaans creatieve (en tijdens de conferentie bovendien zeer luidruchtige) educators vielen bij het kijken naar onderstaande video helemaal stil. Brokken in keel, tranen in ogen. Want het laat op een prachtige manier zijn wat authentiek en betekenisvol leerlinggericht leren is. Genoeg geschreven nu. Kijken!
Als je met leraren en schoolbesturen (zowel online als offline) over jongeren en wat ze in deze 21e eeuw allemaal wel en niet zouden kennen en kunnen en wat ze allemaal wel of niet aan vaardigheden hebben, wordt al vrij snel de dooddoener ingebracht “Ja, maar die Generatie Einstein of die Digital Natives, die bestaat natuurlijk niet echt. Ze hebben echt niet allemaal die skills en kenmerken”. Even los van het label dat je er op plakt, is het een niet al te complexe constatering dat jongeren van nu in een wereld leven die sneller verandert dan ooit tevoren en dat ze (vaak in tegenstelling tot hun ouders en leraren) zich daar vrij eenvoudig aan lijken aan te passen. En om dat te kunnen, hebben ze zich een reeks vaardigheden aangeleerd die wezenlijk anders is dan de generatie(s) voor hen.
Maar goed, dan zijn het uiteindelijk toch vaak ‘maar’ de onderzoekers en innovatoren die van alles beweren over jongeren en hun 21st Century Skills. Ik doe daar zelf net zo hard aan mee. Maar het is eigenlijk (net als in het boek Generatie Einstein) wel eens interessant om te kijken wat jongeren daar zelf over zeggen en hoe zij dat leven, leren en werken in de 21e eeuw zelf zien. Dat is globaal het idee achter het project 21 Learners van Kennisnet. 21 jonge mensen reflecteren, discussiëren en documenteren hoe het is om op dit moment in die 21e eeuw jong te zijn en hoe zij denken daar de rest van hun leven in te staan. Zij worden daarin een half jaar nieuwsgierig gevolgd door een grote groep mensen van Kennisnet en YoungWorks. Daarnaast staat er aan de zijlijn een aantal externe experts: Marsjanne Damen, Gerard Dümmer en (jawel) ikzelf.
Afgelopen dinsdag was de kick off op De Verdieping bij Kennisnet . Stephanie Ottenheijm heeft daar mooi verslag van gedaan op de projectsite. Ik vond het zelf een prachtige ervaring om jongeren zelf te horen praten over wat zij belangrijk vonden. En misschien is de groep niet helemaal representatief voor ‘de gemiddelde jongere’ het neemt niet weg dat deze groep heel goed in staat bleek voorbij zichzelf te kijken en in staat was om niet zichzelf als de maat der dingen te nemen. Ik betrapte mezelf tijdens de sessie op de gedacht dat werken met deze groep een soort Generatie Einstein Live is of deelnemen aan de Sir Ken Robinson Fanclubdag. Je leest nu eens niet de interpretatie die onderzoekers of anderszins deskundigen leveren van wat die jongeren zeggen en denken, maar je hoort en ziet het ze zelf, in hun eigen taal, met heel veel echtheid en eerlijkheid vertellen.
Ik sta officieel te boek als extern expert, maar ik voelde me al snel op dat vlak voorbij gestreefd door deze jongeren. Zij zijn de échte experts als het gaat om wat waardevolle 21st Century Skills zijn. Ik hoop de komende bijeenkomsten daar vooral als een Master Learner tussen te mogen staan, want ik wil dolgraag van en met deze jongeren leren hoe we ze straks in het onderwijs en de arbeidsmarkt kunnen bieden wat ze nodig hebben.
Overigens kun je (een deel) van deze jongeren ook zelf gaan ontmoeten, want ze gaan een belangrijke rol spelen in de bijeenkomsten voor de Kennisnet Summerschool 2011. Tijdens de drie sessies rond het thema 21st century skills, leren en opleiden voor de wereld van straks zullen deze jongeren een belangrijke rol gaan spelen. Lijkt me inspirerend genoeg. Het aantal beschikbare plaatsen voor de sessie rond dit thema is nog maar beperkt, dus wacht niet te lang met aanmelden.
Het heeft onder meer de Volkskrant en NU.nl gehaald want blijkbaar is het nogal een ding: het Hondsrug College in Emmen heeft bekend gemaakt vanaf komend schooljaar leerlingen een iPad als leermiddel te laten gebruiken. Het Hondsrug College is niet de eerste school in Nederland die iets met iPads doet, maar wel de eerste die het structureel en op (termijn) schoolbreed als primair leermiddel gaat inzetten. 1:1-onderwijs met MacBooks kennen we inmiddels wel in Nederland, maar met iPads, dat is echt iets nieuws.
Rector Kees Versteeg heeft een goed plan dat gelukkig wat breder en dieper gaat dan het citaat in het persbericht doet vermoeden. Dankzij de iPad kan een leraar per leerling het niveau en de leerstijl in de gaten houden. Zo kan er gekeken worden of een leerling extra ondersteuning nodig heeft of juist toe is aan extra lesmateriaal.
Het is heel interessant wat er precies gaat gebeuren op deze school, want werken met iPads is natuurlijk wel andere koek dan werken met een laptop, zelfs al hebben de leerlingen straks de beschikking over een iPad 2.
Vorig jaar was het voor mij een van de leukste TEDx-bijeenkomsten. Ik heb een hele zaterdag aan mij beeldscherm geplakt gezeten om een reeks bijzondere sprekers over het onderwijs ‘los’ te zien gaan. Want dat was wat er in 2010 gebeurde tijdems TEDxNYED. Er ontspon zich een pittige TED-debat tussen George Siemens en Jeff Jarvis. Die twee namen geven ook al een beetje aan dat TEDxNYED een reputatie aan het opbouwen is wat betreft toonaangevende sprekers.
Op 5 maart is er weer een TEDxNYED. Ook ditmaal zijn er weer wat sprekers van enig kaliber van stal gehaald: Alan November, Will Richardsonen Gary Stager geven een TED-talk. Dat is leuk natuurlijk, maar vorig jaar bleek ook dat de minder bekende namen soms juweeltjes van TED-talks kunnen opleveren. Dus om even in de stemming voor 5 maart te komen: Dan Meyers herbezinning op het Wiskundeonderwijs:
We hebben er even op moeten wachten, maar vandaag gaat het dan daadwerkelijk van start. Voor het eerst wordt er ook in Europa een nieuwe lichting Apple Distinguished Educators (ADE’s) geworven. ADE’s worden door Apple gezien en erkend als belangrijke schakels naar het onderwijs. En daarom maakt het moederschip van de werving geen half werk en nodigt ze de meest innovatieve mensen uit de wereld van Apple en onderwijs uit om zich aan te melden voor de ADE-community.
De ADE-community bestaat wereldwijd uit ruim 1500 leden. Dat zijn stuk voor stuk mensen die met Apple-technologie in het onderwijs hun sporen hebben verdiend. In Europa zijn er ruim 500 ADE’s en daarvan komen er 30 uit Nederland. En dat aantal gaan we de komende maanden proberen uit te breiden. Dat gaat gebeuren op een manier die in de VS al sinds jaar en dag gewoon is: met het werven van een nieuwe Class (of Lichting zoals het in goed Nederlands heet) en de wervingsrondevoor de Europese Class 2011 of is gisteren gestart.
De lat om ADE te kunnen worden ligt behoorlijk hoog. We zoeken naar bijzondere talenten: van actieve onderwijsinnovatoren, pleitbezorgers van Apple-technologie, wier stem gehoord wordt als het gaat om advies over onderwijs en technologie en ervaren, creatieve contentontwikkelaars zien we je aanmelding graag verschijnen. Wat je precies moet doen, staat allemaal te lezen op de aanmeldsite.
Kort samengevat:
Kom dan maar op met die aanmelding! Meer info kun je (officieel) via de aanmeldpagina opvragen, maar je kunt ook mij even een mailtje sturen.